Bloom’s Taxonomie werd in de jaren vijftig van de twintigste eeuw ontwikkeld door de psycholoog Benjamin Bloom, en in de jaren negentig herzien door Lorin Anderson. Het model onderscheidt zes verschillende niveaus van denkvaardigheid, waarbij onthouden, begrijpen en toepassen de basis vormen. Analyseren, evalueren en creëren worden gezien als hogere denkvaardigheden.

Het raamwerk helpt docenten om hogere denkvaardigheid bij hun studenten te ontwikkelen, zodat ze makkelijker instromen op de arbeidsmarkt. Het model stelt docenten in staat hun studenten steeds uitdagender vragen te stellen en zo hun kennis van het materiaal te testen. Studenten die hogere denkvaardigheden onder de knie hebben denken oplossingsgerichter, creatiever en kritischer. Vaardigheden die in de praktijk goed van pas komen.

 

Bron: edu-en-ik.nl

Alle stadia bouwen op elkaar: je kunt de stof niet begrijpen als je het niet onthoudt en je kunt de stof niet toepassen als je het niet begrijpt, en zo verder.

Onthouden

Onthouden is het kunnen terughalen van de betekenis van bepaalde informatie. Het is de belangrijkste vaardigheid bij het uitbreiden van kennis. Activiteiten die studenten kunnen helpen om stof goed te onthouden zijn het maken van lijstjes, het onderwerp googlen en het markeren van belangrijke punten tijdens het doornemen van de stof.

Begrijpen

Na het onthouden van de stof komt het begrijpen. Studenten kunnen met begrip over het onderwerp praten of schrijven, en juist daardoor krijgen ze de stof nog beter onder de knie. De leerling aanmoedigen voor zichzelf een blog bij te houden waarin hij of zij dagelijks de geleerde stof deelt helpt hier enorm bij. De student wordt dan gedwongen de stof aan zichzelf uit te leggen en onduidelijkheden op te zoeken.

Ook het initiëren van discussies over het onderwerp of de studenten in teams een project laten uitvoeren zorgt ervoor dat ze over de stof gaan praten en het begrip groeit.

Een leuke manier om het begrip over het onderwerp bij leerlingen te testen is om ze de Twitter-vraag ‘wat ben je aan het doen?’ te laten beantwoorden wanneer ze met de stof bezig zijn. Het aan zichzelf stellen van deze vraag kan de student ook helpen zich de stof eigen te maken.

Toepassen

Het toepassen van de stof is bijvoorbeeld het schrijven van een code of het manipuleren van een applicatie met een bepaald doel voor ogen. Als de student dit kan heeft hij een idee van hoe de geleerde stof er in de praktijk uitziet. Ook het hacken van software en het deelnemen aan hacking-competities daagt de student uit de stof toe te passen.

Analyseren

Analyseren is bijvoorbeeld het samenvoegen van de stof geleerd bij verschillende vakken om een coherent document of programma te creëren. Dit wordt steeds belangrijker, want door het grote aanbod aan informatie op internet moet de student goed kunnen filteren welke informatie relevant is in een bepaalde situatie en welke niet. Ook de geloofwaardigheid van informatie gevonden op het internet moet kunnen worden beoordeeld.

Manieren om deze denkvaardigheid bij de student te ontwikkelen zijn bijvoorbeeld ‘reverse engineering’-projecten of het kraken van een programma. De student moet dan uitzoeken wat de zwakke en sterke kanten van (bijvoorbeeld) een softwareprogramma zijn en daar gebruik van maken om het programma te laten doen wat de student wil.

Evalueren

Bij het evalueren van de stof creëert de student zijn of haar eigen mening en leert kritisch te denken. Leerlingen kunnen bijvoorbeeld worden uitgedaagd tot het maken van een vlog over de stof waarin hij of zij de eigen kijk deelt. Maar ook het kritisch kijken naar andere vlogs of blogs en de leerling vragen om een opbouwende mening, leren hem of haar de stof te evalueren. Op zijn beurt moet de student voor zichzelf leren beslissen of de feedback die hij krijgt van een ander klopt en gepast is.

Ook samenwerken met andere studenten leert de student de kwaliteiten van anderen inschatten, elkaar feedback geven en over een bepaald onderwerp communiceren. Precies zoals dat in de praktijk gebeurt.

Een andere manier om deze vaardigheid te ontwikkelen is de student bepaalde software, programma’s, systemen of procedures te laten A/B-testen. Immers, om goed te testen moet je kunnen evalueren wat het doel is van de software en welke versie dat doel het beste dient.

Creëren

De hoogste denkvaardigheid is creëren. Denk hierbij aan het programmeren van applicaties en macro’s of het ontwikkelen van games en multimedia in een gestructureerde omgeving.

Andere manieren om creatie aan te moedigen op ICT-opleidingen zijn bijvoorbeeld het produceren en bedenken van een applicatie. De student heeft hiervoor een duidelijke visie nodig, een begrip van alle componenten van het proces en een duidelijk beeld van hoe de applicatie tot stand moet komen: wie en wat heeft hij nodig?

Meer lezen over dit onderwerp? TechLearning stelde een mooie samenvatting op van de herziening van Anderson.